1.
Degene aan wie een verplichting als bedoeld in
artikel 2 en/of 6 is opgelegd, alsmede diens
rechtsopvolger is gehouden dienovereenkomstig te
handelen.
2.
Hij die een verplichting als bedoeld in het vorige
lid niet nakomt, wordt gestraft met hechtenis van
ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede
categorie. Bij de strafbepaling kan rekening worden
gehouden met de boomwaarde.