Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 5

vergunningsvoorschriften

Onderdeel van Bomenverordening 2010

1. Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden herplant. 2. In het geval een voorschrift als bedoeld in het eerste lid aan de vergunning wordt verbonden, moet herplant die binnen drie jaar na het herplanten niet aanslaat, worden vervangen. 3. Indien niet ter plaatse kan worden herplant, kan tot de aan een vergunning tot vellen te verbinden voorschriften behoren het voorschrift dat een geldelijke bijdrage gestort dient te worden. De hoogte van de geldelijke bijdrage wordt berekend op basis van de herplantwaarde. Voor deze bijdrage zullen vervangende bomen op een andere locatie binnen de gemeente worden geplant. De bijdrage kan ook worden gebruikt voor het toepassen van een zwaardere plantmaat bij het vervangen van bomen op een andere locatie binnen de gemeente. 4. Tot aan de vergunning tot vellen te verbinden voorschriften kan het voorschrift behoren dat: a. pas tot het vellen van de houtopstand mag worden overgegaan als de termijn om, tegen andere, concreet te benoemen, vergunningen of ruimtelijke besluiten, bezwaar te maken of beroep in te stellen ongebruikt is verstreken of, indien binnen deze termijn een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan, dat verzoek is afgewezen en dat bij toewijzing van het verzoek om voorlopige voorziening pas tot vellen van de houtopstand mag worden overgegaan als op het bezwaar of beroep is beslist; b. de vergunning tot vellen vervalt als andere, concreet te benoemen, vergunningen of ruimtelijke besluiten, zijn vernietigd, ingetrokken of alsnog zijn geweigerd.

Rechtspraak bij dit artikel