1.
Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen van
toepassing is, zonder vergunning van het bevoegd
gezag is geveld, dan wel op andere wijze teniet is
gegaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk
gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand
bevond dan wel aan degene die uit andere hoofde tot
het treffen van voorzieningen bevoegd is, de
verplichting opleggen te herplanten overeenkomstig
de door hen te geven aanwijzingen binnen een door
hen te stellen termijn.
2.
Indien niet ter plaatse kan worden herplant wordt
een financiële bijdrage betaald op basis van de
boomwaarde..
3.
Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste
lid opgelegd, dan moet herplant die binnen drie jaar
na het herplanten niet aanslaat, worden
vervangen.
4.
Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen van
toepassing is in het voortbestaan ernstig wordt
bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk
gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand
bevindt dan wel aan degene die uit andere hoofde tot
het treffen van voorzieningen bevoegd is, de
verplichting opleggen om overeenkomstig de door hen
te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen
termijn voorzieningen te treffen, waardoor die
bedreiging wordt weggenomen.
5.
Degene aan wie een voorschrift of een verplichting
als bedoeld in dit artikel is opgelegd, alsmede
diens rechtsopvolger, is verplicht daaraan te
voldoen.