**1..** Aan de ambtenaar voor wie een salarisschaal geldt met een lager maximumsalaris dan dat van schaal 11, en voor wie werktijden zijn vastgesteld als bedoeld in artikel 3:3, van de CAR , wordt door burgemeester en wethouders een toelage toegekend.
**2..** De in het vorige lid bedoelde toelage bedraagt per gewerkt uur een percentage van het voor de ambtenaar geldende salaris per uur. Dit percentage bedraagt:
20 voor de uren op maandag tot en met vrijdag tussen 6 en 8 uur en tussen 18 en 22 uur;40 voor de uren op zaterdag tussen 6 en 22 uur;
40 voor de uren op maandag tot en met zaterdag tussen 0 en 6 uur en tussen 22 en 24 uur;
65 voor de uren op zondag en op de feestdagen genoemd in hoofdstuk 4 van de UWO;
met dien verstande, dat genoemde percentages worden berekend over ten hoogste het salaris peruur, dat is afgeleid van het salaris behorende bij salarisnummer 10 van salarisschaal 6 van bijlageII van de CAR.
**3..** Voor de in het vorige lid onder a. genoemde morgen- en avonduren wordt de toelage niet toegekend, indien de arbeid niet is aangevangen voor 7 uur, respektievelijk niet is beeindigd na 19 uur.
**4a..** De directeur van een sector kan per week één blok van maximaal 3 uren aanwijzen waarover geen recht op een toelage onregelmatige dienst bestaat.
**4b..** Indien meer onregelmatige werktijd wordt aangewezen blijft voor alle onregelmatige uren (dus ook voor het blok van 3 uur) recht bestaan op de toelage voor onregelmatige dienst.
**4c..** Indien een ambtenaar al voor 1 januari 1997 in de regel op zaterdag werkte blijft hij ook na 1 januari 1997 over deze uren het recht op de toelage onregelmatige dienst behouden.
**5..** In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders een regeling treffen, welke hetbepaalde in dit artikel aanvult of daarvan afwijkt.