Het gebruik van vluchtmogelijkheden bij brand wordt belemmerd
Een scootmobiel die staat in een verkeersruimte, waardoor tevens een vluchtroute voert, kan door de ruimte die hij in beslag neemt, de mogelijkheid tot vluchten belemmeren.11 In het Bouwbesluit 2012 is bepaald welke doorgangsbreedte een vluchtroute ten minste moet hebben zodat bij brand een veilige plaats kan worden bereikt. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen nieuwbouw en bestaande bouw, evenals een onderscheid tussen de gebruiksfuncties van het gebouw.
• Nieuwbouw
Voor nieuwbouw geldt voor een woonfunctie en gezondheidszorgfunctie, niet zijnde een gezondheidszorgfunctie met bedgebied voor aan bed gebonden patiënten, een vrije breedte van de vluchtroute van ten minste 0,85 m (artikel 2.107 lid 8 jo. lid 9 Bouwbesluit 2012). Een vluchtroute die voert vanuit een bedgebied voor aan bed gebonden patiënten naar een ander brandcompartiment, heeft een vrije doorgangsbreedte van 1,1 m (artikel 2.107 lid 11 Bouwbesluit 2012).
• Bestaande bouw
Voor bestaande bouw geldt zowel voor een woonfunctie als voor een gezondheidszorgfunctie, niet zijnde een gezondheidszorgfunctie met bedgebied voor aan bed gebonden patiënten, een vrije doorgangsbreedte van de vluchtroute van ten minste 0,5 m (Artikel 2.117 lid 4 Bouwbesluit 2012). Een vluchtroute die voert vanuit een bedgebied voor aan bed gebonden patiënten naar een ander brandcompartiment, heeft een vrije doorgangsbreedte van 1,1 m (artikel 2.117 lid 5 Bouwbesluit 2012).
Een scootmobiel heeft over het algemeen een breedte variërend tussen de 50 en 75 cm.12 De meeste gemeenschappelijke verkeersruimten in woongebouwen hebben een doorgangsbreedte van 1,2 m omdat dit de doorgangsbreedte is die het Bouwbesluit eist voor de toegankelijkheid van het gebouw. In feite betekent dit dat door plaatsing van een scootmobiel, in een 1,2 m brede verkeersruimte, de vluchtweg en de toegankelijkheid regelmatig wordt beperkt, ook al is hiermee bouwtechnisch gezien wel aan het voorschrift voor de minimale breedte van de vluchtroute voldaan.
De bestrijding van brand/het redden van personen en dieren bij brand wordt belemmerd.
Voor de brandweer en andere hulpdiensten leveren scootmobielen die in verkeersruimten staan potentiële gevaren op. Bij brandbestrijding in een compartiment dat geheel onder rook staat waardoor brandweerlieden op de tast hun weg moeten vinden, vormen willekeurig geplaatste scootmobielen een belemmering om snel op te kunnen treden. Bovendien kunnen de voertuigen zorgen voor desoriëntatie omdat niet langs de wand kan worden gelopen. Ook kan het doorvoeren van brandslangen worden bemoeilijkt of de toegang tot brandbestrijdingsvoorzieningen in het gebouw zijn geblokkeerd. Het plaatsen van een scootmobiel in bijvoorbeeld de brandvrije hal voor een brandweerlift kan een directe bedreiging vormen voor het veilig gebruik van deze lift. Tot slot dient hierbij te worden bedacht dat, indien een in brand geraakte scootmobiel de vluchtroute heeft geblokkeerd, het redden van redden van personen en dieren eveneens zal worden bemoeilijkt. Temeer omdat een in brand geraakte scootmobiel, vanwege het materiaal waaruit de scootmobiel is opgebouwd (voornamelijk kunststoffen) een grote rookproductie met toxische bijtende bestanddelen veroorzaakt. Hierdoor is de vluchtweg niet snel meer te gebruiken, zelfs al is de minimale breedte van de vluchtroute nog gewaarborgd. Dit leidt naar verwachting tot meer slachtoffers of risicovol optreden van de brandweer.13
Genoemde gevaren vormen aanleiding om het stallen van scootmobielen in verkeersruimten van woongebouwen te verbieden of daaraan duidelijke voorwaarden te stellen indien daardoor brandgevaar of een gevaarlijke situatie bij brand wordt veroorzaakt of indien daardoor de vluchtwegen worden belemmerd. Het onder voorwaarden toestaan acht gemeente Helmond slechts geoorloofd indien daarmee een gelijkwaardig veiligheidsniveau wordt bereikt zoals dat wordt beoogd met het Bouwbesluit.
3 M. van Overveld, P.J. van der Graaf, S. Eggink-eilander en M.I. Berghuis, Praktijkboek Bouwbesluit 2012, Den Haag: SDU Uitgevers BV 2012,
232 en p. 236
4 Artikel 7.10 BB luidt als volgt:
Onverminderd het bij of krachtens dit besluit bepaalde, is het verboden in, op aan of nabij een bouwwerk, voorwerpen of stoffen te plaatsen, te
werpen of te hebben, handelingen te verrichten of na te laten, werktuigen, middelen of voorzieningen te gebruiken of niet te gebruiken of anderszins
belemmeringen op te werpen of hinder te veroorzaken waardoor:
brandgevaar wordt veroorzaakt, of
bij brand een gevaarlijke situatie wordt veroorzaakt.
5 Artikel 7.16 BB luidt:
het is verboden om nabij een bouwwerk voorwerpen of stoffen te plaatsen, te werpen of te hebben, te
verrichten of na te laten, werktuigen, middelen of voorzieningen te gebruiken of niet te gebruiken of
anderszins belemmeringen te veroorzaken waardoor:
melding van, alarmering bij of bestrijding van brand wordt belemmerd;
het gebruik van vluchtmogelijkheden bij brand wordt belemmerd, of
het redden van personen of dieren bij brand wordt belemmerd.
6 Kamerstukken II 2010/11, 32757, nr. 3, p. 168
7 Een subbrandcompartiment is een gedeelte van een brandcompartiment bestemd voor beperking van
verspreiding van rook en verdere beperking van uitbreidingsgebied van brand.
8 Hoeveelheid warmte die vrijkomt per eenheid vloeroppervlakte bij verbranding van alle in een gebouw of een daarin gelegen ruimte aanwezige
brandbare materialen.
9 Kamerstukken II 2010/11, 32757, nr. 3, p. 169
10 De onderzoeksraad voor veiligheid, Brand cellencomplex Schiphol-Oost, Eindrapport van het onderzoek naar de brand in het detentie- en
uitzetcentrum Schiphol-Oost in de nacht van 26 of 27 oktober 2005, Den Haag, 21 september 2006, p. 99.
11 VROM-inspectie, Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, april 2009, Quick Wins branden vluchtveiligheid
zorginstellingen, p. 1.
12 http://www.senior-comfortwinkel.nl/index.php?option+com_content&view+article&id=51&Itemid=57
13 http://www.waardenburg-auto’s.nl/index.php?category+scootmobielen
3
Artikel Motivatie gebruikmaking van bevoegdheid op grond van artikel 7.16 Bouwbesluit 2012
Artikel Motivatie gebruikmaking van bevoegdheid op grond van artikel 7.16 Bouwbesluit 2012
Onderdeel van BELEIDSREGEL BRANDVEILIG STALLEN SCOOTMOBIELEN HELMOND 2013