Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 5.

Artikel 15

Instandhoudingbepaling

Onderdeel van Erfgoedverordening 2012 gemeente Weert

1.. Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2 lid 2 Wabo van het bevoegd gezag in een archeologisch monument, bedoeld in artikel 1, onder 1, sub b of een archeologisch verwachtingsgebied, bedoeld in artikel 1, onder 13, de bodem dieper dan 40 cm onder de oppervlakte te verstoren. 2.. Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien: het een verstoring betreft van een archeologisch monument of archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op de provinciale Archeologische Monumentenkaart of de landelijke Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden, en waarbij die verstoring plaatsvindt in: beschermd stadsgezicht Weert historische stadskern: bodemingrepen kleiner dan 50 m2 en niet dieper dan 40 cm; terreinen met hoeven, kasteel-, kerk-, kloosterterreinen, schansen: bodemingrepen kleiner dan 50 m² en niet dieper dan 40 cm; (water)molenlocaties en terreinen aangeduid op de provinciale Archeologische Monumentenkaart: bodemingrepen kleiner dan 50 m² en niet dieper dan 40 cm; historische dorps- en gehuchtskernen: bodemingrepen kleiner dan 250 m2 en niet dieper dan 40 cm; overige (bebouwde en ongebouwde) gebieden in zones met een hoge archeologische verwachtingswaarde: bodemingrepen kleiner dan 250 m2 en niet dieper dan 40 cm; overige (bebouwde en ongebouwde) gebieden in zones met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde: bodemingrepen kleiner dan 2500 m2 en niet dieper dan 40 cm; overige (bebouwde en ongebouwde) gebieden in zones met een lage archeologische verwachtingswaarde: geen onderzoeksplicht, tenzij een milieueffectrapportage (MER) is vereist, of indien het project valt onder de Wet Milieubeheer of Tracéwet; gebieden zonder archeologische verwachting of archeologisch vrijgegeven gebieden: geen onderzoeksplicht, tenzij MER-plichtig, of indien het project valt onder de Wet Milieubeheer of Tracéwet; In gebieden met meerdere verwachtingszones (hoog, middel-hoog en laag) gelden als uitgangspunt de voorwaarden behorend bij de hoogste waarde. in het geldend bestemmingsplan bepalingen zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg. in een wijzigingsplan, een uitwerkingsplan of nadere eisen als bedoeld in de artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening dan wel als er sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 2.12 eerste en tweede lid van de wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voorschiften zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg. het college van burgemeester en wethouders nadere regels stelt met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden die leiden tot een verstoring van een archeologisch monument of archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op gemeentelijke archeologische waardekaart of de gemeentelijke beleidskaart, dan wel bij het ontbreken daarvan, de provinciale Archeologische Monumentenkaart of de landelijke Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel