**1..** Het bevoegd gezag kent degene die in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak schade lijdt of zal lijden als gevolg van een hieronder onder a tot en met f genoemde oorzaak, op aanvraag een tegemoetkoming toe, voor zover de schade redelijkerwijs niet voor rekening van de aanvrager behoort te blijven en voor zover de tegemoetkoming niet voldoende anderszins is verzekerd.
de weigering van het bevoegd gezag een vergunning als bedoeld in artikel 7 te verlenen;
de voorschriften door het bevoegd gezag verbonden aan een vergunning als bedoeld in artikel 7;
de door burgemeester en wethouders nader te stellen regels als bedoeld in artikel 7, derde lid;
de door burgemeester en wethouders nader te stellen regels als bedoeld in artikel 15, tweede lid, onder d;
een aanwijzing als bedoeld in artikel 20, tweede lid, tweede volzin.
**2..** Voor de behandeling van de aanvragen zijn de bepalingen van de verordening ter regeling van de procedure bij toepassing van artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening van overeenkomstige toepassing.
**3..** De aanvraag bevat een motivering, alsmede een onderbouwing van de hoogte van de gevraagde tegemoetkoming.
**4..** Een aanvraag voor een tegemoetkoming in schade ten gevolge van een oorzaak als bedoeld in het eerste lid, moet worden ingediend binnen vijf jaar na het moment waarop de oorzaak, bedoeld in het eerste lid, onherroepelijk is geworden.
**5..** Binnen het normale maatschappelijke risico vallende schade blijft voor rekening van de aanvrager. In ieder geval blijft voor rekening van de aanvrager:
van schade in de vorm van een inkomensderving: een gedeelte gelijk aan twee procent van het inkomen onmiddellijk voor het ontstaan van de schade;
van schade in de vorm van een vermindering van de waarde van een onroerende zaak: een gedeelte gelijk aan twee procent van de waarde van de onroerende zaak onmiddellijk voor het ontstaan van de schade;
van schade in de vorm van verstoring van een monument waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is, conform artikel 53 en 54 van de Monumentenwet.
**6..** Met betrekking tot de voor tegemoetkoming in aanmerking komende schade betrekt het bevoegd gezag bij hun beslissing op de aanvraag in ieder geval:
de voorzienbaarheid van de schadeoorzaak;
de mogelijkheden van de aanvrager om de schade te voorkomen of te beperken.
**7..** De indiener van de aanvraag is kosten verschuldigd zoals is aangegeven in lid 10 van dit artikel. Het bevoegd gezag wijst de indiener van de aanvraag op de verschuldigdheid van het recht en delen hem mee dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de dag van verzending van zijn mededeling dient te zijn bijgeschreven op de rekening van het bevoegd gezag dan wel op de aangegeven plaats dient te zijn gestort. Indien het bedrag niet binnen deze termijn is bijgeschreven of gestort, verklaren zij de aanvraag niet-ontvankelijk, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
**8..** Indien op de aanvraag geheel of ten dele positief wordt beslist, stort het bevoegd gezag aan de indiener het door hem betaalde recht terug.
**9..** Indien het bevoegd gezag een tegemoetkoming als bedoeld in lid 1 toekent, vergoedt het bevoegd gezag daarbij tevens:
de redelijkerwijs gemaakte kosten van rechtsbijstand en andere deskundige bijstand;
de wettelijke rente, te rekenen met ingang van de datum van ontvangst van de aanvraag.
**10..** Voor de behandeling van de verzoeken en de daarvoor verschuldigde kosten zijn de bepalingen van de Procedureregeling planschadevergoeding zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening van overeenkomstige toepassing.