Op grond van artikel 7:7 Awb wordt van het horen een verslag gemaakt. De wet schrijft niet voor in welke vorm het verslag moet worden gegoten en hoe uitgebreid het dient te zijn. Er werd altijd van uitgegaan dat het verslag op schrift gesteld moest worden. Achterliggende gedachte hierbij is dat in geval van inschakeling van een bezwarencommissie gewaarborgd is dat het bestuursorgaan kennis heeft van wat er op de hoorzitting aan de orde is geweest en hiermee bij het nemen van een beslissing op het bezwaarschrift rekening kan houden. Door de steeds verder voortschrijdende digitalisering kan dit doel echter ook bereikt worden door de hoorzitting vast te leggen middels een digitale geluidsopname. Hierdoor kan veel tijd worden bespaard, wat weer positieve invloed heeft op de termijnen voor de behandeling van de bezwaarschriften. De traditionele wijze van verslaglegging door middel van het maken van aantekeningen door de secretaris van de commissie en het later uitwerken tot een schriftelijk verslag op hoofdlijnen wordt door de wijziging van artikel 15 verlaten. Tijdens de hoorzitting zal opnameapparatuur meedraaien, waarmee het openbare gedeelte van de hoorzitting zal worden opgenomen. Op verzoek van de belanghebbende(n) kan een audio CD met daarop de opname van de hoorzitting worden toegezonden. Indien het bestuursorgaan het nodig acht voor de besluitvorming of wanneer een belanghebbende daar om verzoekt dan wel dat een gerechtelijke instantie daar om verzoekt in geval van een (hoger) beroepsprocedure, zal door het secretariaat op basis van de geluidsopname een verslag worden opgesteld. Dit zal een zakelijk verslag op hoofdlijnen zijn.