Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1

Artikel 12.

Uitstel van betaling

Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering WWB, IOAW en IOAZ gemeente Ede 2014

1.. Het college verleent geheel of gedeeltelijk uitstel van betaling indien ambtshalve dan wel op basis van een gemotiveerd verzoek van belanghebbende duidelijk is dat belanghebbende geen mogelijkheid heeft om binnen de gestelde betalingstermijn tot algehele aflossing van de vordering over te gaan. 2.. Voor zover belanghebbende beschikt over aflossingscapaciteit verbindt het college aan het verleende uitstel de voorwaarde dat belanghebbende deze aflossingscapaciteit in de vorm van een aflossingsregeling aanwendt ter aflossing van de openstaande schuld. 3.. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid verbindt het college, indien het een fraudevordering betreft, aan de verlening van (verder) uitstel de extra voorwaarde dat belanghebbende indien hij over vermogen beschikt dan wel komt te beschikken, dit vermogen - voor zover dit meer bedraagt dan de voor hem geldende bijstandsnorm per maand - aanwendt ter aflossing van de openstaande schuld. 4.. Bij de vaststelling of belanghebbende over vermogen beschikt als bedoeld in het derde lid: worden de vorderingen die het gevolg zijn van teveel ontvangen uitkering buiten beschouwing gelaten; en is het bepaalde in artikel 34, tweede lid, onder a en d van de WWB van overeenkomstige toepassing. 5.. Het uitstel vervalt indien de belanghebbende de opgelegde aflossingsverplichting niet nakomt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel