Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 4

Verlaging (gehuwden)

Onderdeel van Verordening Toeslagen en Verlagingen WWB 2009

1.. De norm wordt lager vastgesteld indien het echtpaar lagere algemene kosten van het bestaan heeft dan waarin de norm voorziet, als gevolg van het geheel of gedeeltelijk kunnen delen van deze kosten met een ander. 2.. De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt 10% van het netto wettelijk minimumloon voor de gehuwden in wiens woning een ander zijn hoofdverblijf heeft, behoudens ten laste komend(e) kind(eren). 3.. De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt 20% van het netto wettelijk minimumloon voor de gehuwden indien deze lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de norm voorziet, als gevolg van de bewoning van een woning of gedeelte van een woning waaraan geen kosten verbonden zijn, dan wel wanneer er sprake is van gehuwde dakloze. 4.. In afwijking van het gestelde onder lid 2 van dit artikel wordt de verlaging bepaald op nihil indien er sprake is van inwoning van (een) ten laste komend(e) kind(eren), dan wel indien de gehuwden of één van beide gehuwden de zorg heeft over een zorgbehoevende of zelf zorgbehoevend is.

Rechtspraak bij dit artikel