Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 5

Samenloop WWB en WIJ gehuwden zonder kinderen

Onderdeel van Verordening Toeslagen en Verlagingen WWB 2009

1.. Indien er sprake is van gehuwden zonder kinderen waarvan een partner recht heeft op een inkomensvoorziening op grond van de WIJ en een partner recht op een uitkering op grond van de WWB dan wordt deze laatste voor de uitvoering van deze verordening aangemerkt als alleenstaande. 2.. Voor de alleenstaande genoemd in het vorige lid wordt geen toeslag toegekend. 3.. De norm wordt lager vastgesteld indien de alleenstaande genoemd in het eerste lid lagere algemene kosten van het bestaan heeft dan waarin de norm voorziet, als gevolg van het geheel of gedeeltelijk kunnen delen van deze kosten met een ander. 4.. De verlaging als bedoeld in het derde lid bedraagt 10% van het netto wettelijk minimumloon voor de alleenstaande in wiens woning een ander zijn hoofdverblijf heeft. 5.. De verlaging als bedoeld in het derde lid bedraagt 20% van het netto wettelijke minimumloon voor de alleenstaande in het eerste lid indien deze lagere algemene kosten van het bestaan heeft dan waarin de norm voorziet, als gevolg van de bewoning van een woning of gedeelte van een woning waaraan geen kosten verbonden zijn, dan wel wanneer er sprake is van een dakloze. 6.. In afwijking van het gestelde onder lid 4 van dit artikel wordt de verlaging bepaald op ihil indien (een van) beiden de zorg heeft over een zorgbehoevende of zelf zorgbehoevend is.

Rechtspraak bij dit artikel