Het is verboden een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder a, te beschadigen of te vernielen.
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag of in strijd met bij zodanige omgevingsvergunning gestelde voorschriften:
een gemeentelijk monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen;
een gemeentelijk monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.
Een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in het tweede lid is niet vereist indien deze activiteit betrekking heeft op:
gewoon onderhoud, voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur niet wijzigen, en bij een tuin, park of andere aanleg die beschreven is in de redengevende beschrijving, de aanleg niet wijzigt, of
een activiteit die uitsluitend leidt tot inpandige veranderingen van een onderdeel van een gemeentelijk monument dat uit oogpunt van monumentenzorg geen waarde heeft
Het bevoegd gezag verleent, met betrekking tot een monument met een religieuze bestemming, geen omgevingsvergunning als bedoeld in het tweede lid, dan na verkregen overeenstemming met de eigenaar indien en voor zover het een omgevingsvergunning betreft waarbij wezenlijke belangen van de godsdienstuitoefening in het monument in het geding zijn.