1 De rechten worden niet geheven ter zake van:
vaartuigen, in directe dienst van het rijk, van een provincie of van de gemeente, mits geen personen of vracht tegen betaling worden vervoerd;
vaartuigen, die ten gevolge van ijsgang, gedwongen zijn in de haven of aan een kade te blijven liggen;
vaartuigen, gebezigd voor het uitbaggeren van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde wateren en het herstellen of maken van kades, oevers, aanlegsteigers of meerpalen, welke in eigendom of in beheer en onderhoud zijn bij de gemeente;
vrachtschepen en sleepboten, welke tussen 12.00 uur van de dag, onmiddellijk voorafgaande aan een zondag, een algemeen erkende christelijke feestdag of de nieuwjaarsdag en 07.00 uur van de dag, onmiddellijk volgende op een zodanige dag, zich in de wateren, zoals in artikel 2, eerste lid, wordt bedoeld, bevinden of aan de kade, oever, aanlegsteiger of meerpaal aanleggen zonder te laden en te lossen;
roeiboten, behorende tot de uitrusting van vaartuigen, waarvoor reeds rechten worden geheven;
roeiboten, gelegen in of aan de in artikel 2, eerste lid, bedoelde wateren of kades, welke door de gemeente zijn verpacht;
hospitaalschepen.
2 Het recht, als genoemd in artikel 2, eerste lid, wordt voor 40% geheven over vaartuigen, wanneer het gebruik slechts plaats heeft voor het voor de eerste maal vaarklaar maken of het ondergaan van reparatie- en/of werkzaamheden bij een aan de Rijnhaven gevestigd bedrijf.
Artikel 4
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van haven- en opslaggeld 2014