Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Berekening van het recht

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van haven- en opslaggeld 2014

1 De heffingsmaatstaf van het recht, als genoemd in artikel 2, eerste lid, wordt berekend voor: vrachtschepen en sleepboten: de maximum toelaatbare nuttige waterverplaatsing in kubieke meters; pontons, dokken en vlotten: het aantal vierkante meters wateroppervlak dat wordt ingenomen, gemeten over de grootste lengte en grootste breedte van het vaartuig, zoals deze wordt gevormd door loodrechte projectie op het wateroppervlak; pleziervaartuigen: de grootste lengte van het vaartuig, gemeten in strekkende meters; roeiboten en kano's: het aantal; andere vaartuigen: de grootste lengte van het vaartuig, gemeten in strekkende meters. 2 De heffingsmaatstaf van het recht, als genoemd in artikel 2, tweede lid,  wordt berekend voor: a werktuigen, zoals kranen, lieren, draglines en daarmee gelijk te stellen toestellen: tweemaal de oppervlakte van het grondvlak van het werktuig, zoals dat bij loodrechte projectie wordt verkregen; b voorwerpen en goederen: het aantal vierkante meters in beslag genomen grondoppervlak, waarbij de ruimte tussen de voorwerpen of goederen geacht wordt mede daardoor te zijn ingenomen. 3 De in artikel 6 vermelde tarieven zijn inclusief 21% BTW.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel