De aangifte wordt gedaan bij de afdelingsmanager van afdeling
Service & Informatie, of diens rechtsopvolger.
Het binnenhavengeld moet overeenkomstig de aangifte aan de
afdelingsmanager van afdeling Service & Informatie, of diens
rechtsopvolger, worden betaald op de eerste werkdag volgende op de
dag van aankomst van het vaartuig in het havengebied, doch vóór het
tijdstip waarop het vaartuig uit het havengebied vertrekt.
In afwijking van het bepaalde in het tweede lid kan het
binnenhavengeld worden betaald binnen 14 dagen na de dag van
aankomst van het vaartuig in het havengebied, mits ten genoegen van
de afdelingsmanager van afdeling Service & Informatie, of diens
rechtsopvolger, zekerheid tot betaling van het binnenhavengeld is
gesteld.
Indien het vaartuig in de loop van een termijn, die in de
tarieventabel is aangeduid als een termijn per reis, uit het
havengebied vertrekt en daar in de loop van die termijn terugkeert,
begint bij de terugkeer een nieuwe termijn en neemt met betrekking
tot de laatstbedoelde termijn het gebruik van het havengebied
opnieuw een aanvang.
Bij voortgezet verblijf in het havengebied, na afloop van de termijn
waarvoor binnenhavengeld is betaald, begint een nieuwe termijn en
neemt met betrekking tot de laatstbedoelde termijn het gebruik van
het havengebied opnieuw een aanvang. Alsdan moet opnieuw aangifte en
betaling overeenkomstig het 2e lid plaatsvinden.
De aanslag moet worden voldaan in één termijn, die vervalt op de
laatste dag van de maand, volgende op die van de dagtekening van het
aanslagbiljet.
Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel
c., van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag
gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het
eerste lid van overeenkomstige toepassing.
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 11 Aangifte; aanslag; betaling
Artikel 11 Aangifte; aanslag; betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van binnenhavengeld 2014