Van het binnenhavengeld dat wordt betaald naar een termijn van een
jaar wordt, indien het gebruik van het havengebied is geëindigd voor
het verstrijken van de termijn, op schriftelijk verzoek van de
belastingplichtige, restitutie verleend voor zoveel twaalfden van
het betaalde bedrag als er in dat jaar na de beëindiging van het
gebruik van het havengebied volle maanden overblijven, met dien
verstande dat bedragen beneden € 11,48 niet worden
teruggegeven.
Indien een vaartuig wordt vervangen door een ander vaartuig wordt
deze wijziging ingevoerd met ingang van het nieuwe kalenderjaar. De
voor het lopende belastingjaar opgelegde aanslag blijft in stand. De
situatie op 1 januari, dan wel bij aanvang belastingplicht gedurende
het belastingjaar, vormt de grondslag voor het vaststellen van de
aanslag.
Artikel 12 Teruggaaf en overschrijving
Artikel 12 Teruggaaf en overschrijving
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van binnenhavengeld 2014