Naar hoofdinhoud
1.. Een wijziging van de regeling kan worden voorgesteld door elke deelnemende gemeente. 2.a.. Een besluit tot wijziging van de regeling, daaronder mede verstaan aanvulling met of schrapping van woorden of bepalingen, komt slechts tot stand na instemming van minimaal tweederde van het aantal deelnemende gemeenten. b.. Als een besluit tot wijziging aanzienlijke gevolgen heeft voor de verplichtingen van de dienstverlenende gemeente of voor de toerekening van de kosten dient de dienstverlenende gemeente te behoren tot de gemeenten die met dit besluit instemmen om te voorkomen dat de dienstverlenende gemeente met ongewenste gevolgen wordt geconfronteerd in haar organisatie. 3.. Een besluit tot opheffing van de regeling komt slechts tot stand na instemming van minimaal twee derde van het aantal deelnemende gemeenten.

Rechtspraak bij dit artikel