Naar hoofdinhoud
1.. Tot deze regeling kan worden uitgetreden, dan wel toegetreden door middel van besluiten van de daartoe bevoegde bestuursorganen van een deelnemende gemeente, respectievelijk een toetredende gemeente. 2.. Het voornemen tot toe- dan wel uittreding wordt zo spoedig mogelijk aan de dienstverlenende gemeente gemeld, die dit weer zo snel mogelijk meldt aan de deelnemende gemeenten en onderwerp van bespreking maakt in de marktplaats Algemeen bestuurlijke zaken. 3.. In geval van toe- of uittreding van een gemeente of opheffing van de regeling worden de financiële gevolgen door de dienstverlenende gemeente in een rapportage neergelegd. 4.. Een rapportage, als bedoeld in het derde lid, wordt in ieder geval ter behandeling ingebracht in de marktplaats Algemeen bestuurlijke zaken en vervolgens ter behandeling toegezonden aan de dienstafnemende gemeenten. 5.. Indien bij een besluit tot uittreding niet tot overeenstemming kan worden gekomen, geeft de dienstverlenende gemeente aan een in overleg met de uittredende gemeente(n) aan te wijzen deskundige opdracht een liquidatieplan op te stellen, als ware tot opheffing van de regeling besloten. Daarbij wordt tevens een afkoopsom berekend als bijdrage in alle relevante kosten die verband houden met de liquidatie. 6.. Indien bij een besluit tot opheffing niet tot overeenstemming kan worden gekomen, geeft de dienstverlenende gemeente aan een in overleg met de deelnemende gemeenten aan te wijzen deskundige opdracht een liquidatieplan op te stellen. Daarbij wordt tevens een afkoopsom berekend als bijdrage in alle relevante kosten die verband houden met de liquidatie. 7.. Indien in het geval van uittreding als bedoeld onder lid 5, of opheffing als bedoeld onder lid 6 niet tot overeenstemming kan worden gekomen ten aanzien van de bepaling van de deskundige aan wie de opdracht zal worden verleend, beslist de dienstverlenende gemeente aan welke deskundige deze opdracht wordt verleend. 8.. Alvorens tot de in het volgende lid bedoelde besluitvorming over te gaan, worden de dienstafnemende gemeenten minimaal drie maanden tevoren gehoord met betrekking tot een ontwerp-liquidatiebesluit. 9.. Het liquidatiebesluit wordt vastgesteld door de raad van de dienstverlenende gemeente en ter goedkeuring toegezonden aan Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland. 10.. Een besluit tot wijziging, toe- en uittreding, op opheffing gaat in op de eerste dag van het jaar volgende op die waarop de laatste inschrijving in de registers als bedoeld in artikel 27 van de wet heeft plaatsgevonden. 11.. De deelnemende gemeenten zijn verplicht de nadelige consequenties van het opheffen van de regeling, dan wel van een henzelf aangaand besluit tot uittreden, voor hun rekening te nemen en binnen een termijn van zes maanden na de goedkeuring van het liquidatieplan de daarin voor hen omschreven financiële verplichtingen aan de dienstverlenende gemeente te voldoen. Eerst na de voldoening hiervan is de uittredende gemeente van haar financiële verplichtingen jegens de overige gemeenten en de dienstverlenende gemeente ontslagen.

Rechtspraak bij dit artikel