Naar hoofdinhoud

Artikel 2.

Toepassingsbereik van de Wet Bibob in de gemeente Midden-Delfland

Onderdeel van Beleidslijn voor de toepassing van de wet Bibob Midden-Delfland 2010

Het bestuursorgaan zal, met inachtneming van hetgeen in deze beleidsregels daarover is bepaald, de wet in beginsel toepassen bij het zich voordoen van een of meer van de op de bijlage vermelde indicatoren met betrekking tot: I. beschikkingen zoals vermeld in: i. artikel 3 van de Drank- en Horecawet, indien sprake is van vestiging van een nieuw bedrijf, de overname van een bestaand bedrijf, de overname van (de meerderheid van) de aandelen van een bestaand bedrijf of wijziging van de rechtsvorm van de onderneming; ii. artikel 2:28 van de Algemene Plaatselijke Verordening Midden-Delfland 2010, indien sprake is van vestiging van een nieuw bedrijf, de overname van een bestaand bedrijf, de overname van (de meerderheid van) de aandelen van een bestaand bedrijf of wijziging van de rechtsvorm van de onderneming; iii. artikel 3:4 van de Algemene Plaatselijke Verordening Midden-Delfland 2010, indien sprake is van vestiging van een nieuw bedrijf, de overname van een bestaand bedrijf, de overname van (de meerderheid van) de aandelen van een bestaand bedrijf of wijziging van de rechtsvorm van de onderneming; iv. artikel 2:39 van de Algemene Plaatselijke Verordening Midden-Delfland 2010 inzake speelgelegenheden, indien sprake is van vestiging van een nieuw bedrijf, de overname van een bestaand bedrijf, de overname van (de meerderheid van) de aandelen van een bestaand bedrijf of wijziging van de rechtsvorm van de onderneming; II. overheidsopdrachten zoals genoemd in artikel 1, eerste lid onder h. en j. van de wet; III. bouwvergunningen als bedoeld in artikel 40, eerste lid van de Woningwet; IV. vergunningen als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer; V. beschikkingen zoals vermeld in de Algemene subsidieverordening Midden-Delfland 2007. Het bestuursorgaan kan, met inachtneming van hetgeen in deze beleidsregels daarover is bepaald, het eveneens toepassen met betrekking tot de intrekking van de in het eerste lid genoemde vergunningen en subsidies respectievelijk ontbinding van de in het eerste lid genoemde overeenkomsten. Bij overheidsopdrachten zal het bestuursorgaan bedingen dat de overeenkomst kan worden ontbonden op de gronden vermeld in artikel 3, eerste lid van de wet. Ook kan het bestuursorgaan bedingen dat onderaannemers alleen met toestemming van de gemeente kunnen worden gecontracteerd en dat in dat kader een advies kan worden gevraagd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel