Behalve op de in artikel 2 genoemde besluiten zal het bestuursorgaan de wet
in beginsel toepassen:
ten aanzien van bijzondere gevallen waarbij aanleiding bestaat voor
het vermoeden dat de beschikking of opdracht mede zou kunnen worden
gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te
verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten of strafbare
feiten te plegen;
in de gevallen waarin de officier van justitie op basis van artikel
26 van de wet wijst op de wenselijkheid een advies van het bureau
aan te vragen.
indien het bestuursorgaan besluit tot een branche- of
gebiedsgerichte aanpak.
Artikel 3.
Overige situaties waarin de wet in beginsel wordt toegepast
Onderdeel van Beleidslijn voor de toepassing van de wet Bibob Midden-Delfland 2010