Voor de aanschaf van duurzame gebruiksgoederen wordt in beginsel geen bijzondere bijstand verstrekt. Deze kosten behoren tot de algemene bestaanskosten. Als er, door bijzondere omstandigheden, door de klant niet gereserveerd kon worden, en als hij voldoende besef van verantwoordelijkheid heeft getoond is bijzonder bijstand in de vorm van een geldlening mogelijk.
Besef van verantwoordelijkheid: een beroep op eigen netwerk, sociale omgeving of voorliggende voorzieningen (bijvoorbeeld WMO) is niet mogelijk geweest. Daarbij wordt bijvoorbeeld een kringloopwinkel of marktplaats ook als voorliggende voorziening gezien. Ook de (recente of aanstaande) langdurigheidstoeslag kan meegenomen worden als een voorliggende voorziening.