Naar hoofdinhoud
Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, zonder dat de exploitant van de openbare inrichting aanwezig is. De exploitant van een openbare inrichting is verplicht er voortdurend op toe te zien dat in de inrichting geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen zeden), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en munitie.

Rechtspraak bij dit artikel