1.Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een
lengte heeft van
meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter op de weg te
parkeren.
2.Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
ontheffing verlenen. Deze
ontheffing wordt in ieder geval geweigerd, indien het parkeren naar
zijn oordeel
buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
parkeerruimte of
schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet op
werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks tussen
08.00 uur en 18.00 uur.
Het verbod is voorts niet van toepassing op campers,
kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze
voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op
de weg worden geplaatst of gehouden.
Het college kan wegen of weggedeelten aanwijzen, waar het in
afwijking van het in
het eerste lid gestelde verbod, is toegestaan om een aldaar bedoeld
voertuig te
parkeren.
Hoofdstuk 5 › Afdeling 1
Artikel 5.1.7