1.Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
lengte heeft van meer
dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te
parkeren bij een
voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige
wijze dat
daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw
op hinderlijke
wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of overlast wordt
aangedaan.
2.Dit verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
gebruikt wordt voor het
uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het
voertuig ter
plaatse noodzakelijk is.
Hoofdstuk 5 › Afdeling 1
Artikel 5.1.8