**1..** De houder van een standplaats, die wegens ziekte verhinderd is zijn standplaats te bezetten, dient burgemeester en wethouders daarvan schriftelijk in kennis te stellen.
**2..** De schriftelijke mededeling moet tijdig voor de dag waarop de standplaats bezet moet worden, worden ingezonden. Bij plotselinge verhindering moeten burgemeester en wethouders mondeling of telefonisch worden ingelicht, gevolgd door een schriftelijke bevestiging van deze melding.
**3..** Bij langdurige afwezigheid van een standplaatshouder wegens ziekte, dient van deze reden van verhindering iedere twaalf weken een geneeskundige verklaring te worden overlegd aan burgemeester en wethouders.
**4..** De houder van een vaste standplaats die wegens vakantie de standplaats niet kan bezetten, moet daarvan tijdig, onder opgave van de duur van de vakantie, schriftelijk mededeling doen aan burgemeester en wethouders.
**5..** De in artikel 13 lid 2 sub c vervatte regeling inzake de verplichting tot regelmatige bezetting van de toegewezen standplaats teneinde de verkregen rechten op de vaste standplaats te behouden, blijft per kalenderjaar ten hoogste vijf weken buiten werking, als de rechthebbende, na te hebben voldaan aan het onder lid 4 genoemde geschrift, wegens vakantie afwezig is.
**6..** De in artikel 13 lid 2 sub c vervatte regeling is niet van toepassing indien bij ziekte voldaan wordt aan hetgeen in lid 3 wordt aangegeven.
Artikel 15
Vakantie en ziekte van een standplaatshouder
Onderdeel van Verordening standplaats- en ventvergunningen De Ronde Venen 2000