- - Het college ziet af van het opleggen van een maatregel indien:
- - elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt;
- - de gedraging meer dan één jaar vóór constatering van die gedraging door het college heeft plaatsgevonden, tenzij de gedraging een schending van de inlichtingenplicht inhoudt en als gevolg van die gedraging ten onrechte uitkering is verleend. Een maatregel wegens schending van de inlichtingenplicht wordt niet opgelegd na verloop van vijf jaren nadat de betreffende gedraging heeft plaatsgevonden.
- - Het college kan afzien van het opleggen van een maatregel indien daarvoor dringende redenen aanwezig worden geacht.
- - Indien het college afziet van het opleggen van een maatregel op grond van dringende redenen, wordt belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling gedaan.
- - Het besluit om af te zien van het opleggen van een maatregel op grond van dringende redenen wordt in deze verordening gelijk gesteld met een besluit waarbij een maatregel is opgelegd.
Hoofdstuk
Artikel 6. Afstemmingsverordening IOAW / IOAZ
Afzien van het opleggen van een maatregel
Onderdeel van Afstemmingsverordening IOAW / IOAZ
Bewaren kan ook zonder account
Houd art. 6. bij de hand
Met een gratis account kun je dit artikel bewaren, tekst markeren en jezelf overhoren. Dat werkt op je laptop en op je telefoon.
- Geen reclame
- Je markeringen blijven van jou
- Werkt op je telefoon