Indien op basis van de bouwverordening artikel 2.6.3 lid 2 onder b een brandmeldinstallatie doormeldt naar een Particuliere Alarm Centrale (PAC) zijn de volgende voorwaarden van toepassing.
- - De betreffende PAC dient erkend te zijn door het Nationaal Centrum voor Preventie, te Houten danwel een gelijkwaardige erkenning te bezitten. Jaarlijks dient hiervan een kopie te worden overlegd aan de brandweer.
- - De ontvangstapparatuur voor brandmeldingen dient te zijn aangesloten op een noodstroomvoorziening welke voldoende stroom kan leveren om brandmeldingen te kunnen ontvangen gedurende 60 minuten na een stroomuitval. Tevens dient een noodprocedure op schrift aanwezig te zijn welke ter inzage kan worden gesteld.
- - De directe lijnverbinding tussen het betreffende gebouw en de PAC dient continu bewaakt te worden.
- - De PAC dient 24 uur per dag door tenminste twee bevoegde personen te worden bemand.
- - Een brandmelding moet als brandmelding worden aangenomen. Een brandmelding mag niet worden aangenomen als inbraakmelding, storingmelding of anderszins dan een brandmelding. Direct na ontvangst van de melding dient telefonisch via 112 de regionale alarmcentrale van de brandweer te worden geïnformeerd, onder opgave van het juiste adres van de melding en bijzonderheden van het betreffende gebouw. Tevens dient de naam van de melder en zijn telefoonnummer te worden doorgegeven.
- - De betreffende Particuliere Alarm Centrale dient hun melding-opvolgprocedure op schrift te kunnen overleggen.
- - Afhankelijk van de situatie kunnen nadere eisen worden gesteld.