1. Het bestuursorgaan kan een adviescommissie instellen waaraan een aanvraag als bedoeld in artikel 2 en een aanvraag voor een voorschot als bedoeld in artikel 8 kan worden voorgelegd.
2. Het college is bevoegd de adviescommissie in te stellen en de leden van de adviescommissie te benoemen.
3. Het college stelt een reglement vast waarin de taken, bevoegdheden, wijze van benoeming van leden en werkwijze van de commissie worden vastgelegd.
4. Het bestuursorgaan vraagt aan de commissie advies indien dit naar zijn oordeel noodzakelijk is vanwege de complexiteit van de aanvraag.
5. In elk geval is geen advies vereist, indien het bestuursorgaan:
a. besluit een aanvraag op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht niet in behandeling te nemen;
b. van oordeel is dat zich een weigeringsgrond voordoet als bedoeld in artikel 3, danwel de aanvraag grotendeels overeenkomt met andere aanvragen waarover de adviescommissie advies heeft uitgebracht;
c. van oordeel is dat kennelijk sprake is van het niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 2.