1. De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de
voorwerpen onder de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan
wel degene ten behoeve van wie dat voorwerp of dien voorwerpen onder de
voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn.
2. In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente
een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de
voorwerpen onder de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond,
degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger
aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij
niet het voorwerp of de voorwerpen onder de voor de openbare dienst
bestemde gemeentegrond heeft.
Artikel 3
Belastingplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting kabels en leidingen 2014