De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben
van:
a. voorwerpen, indien de gemeente ter zake van het gebruik van de voor
de openbare dienst bestemde gemeentegrond waaronder het voorwerp of de
voorwerpen zich bevinden een recht heft op grond van artikel 229, eerste
lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke
vergoeding is overeengekomen;
b. voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom,
bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in
gebruik zijn bij een derde;
c. voorwerpen, welke op grond van een wettelijk voorschrift, een
overeenkomst of anderszins rechtens moeten worden gedoogd;
d. buizen in de grond tot lozing van fecaliën, huishoud- of
hemelwater.
Artikel 4
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting kabels en leidingen 2014