**1..** De in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar legt een voorlopige aanslag op, indien het bedrag waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld, na verrekening van voorheffingen en reeds opgelegde voorlopige aanslagen, zulks naar zijn mening rechtvaardigt.
**2..** De bepaling van het bedrag van een voorlopige aanslag die wordt vastgesteld in het tijdvak waarover de belasting wordt geheven, dan wel na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan geschiedt op grond van 75 procent van het gemiddelde dat voortvloeit uit gegevens die hebben gediend ter vaststelling van de meest recente belastingaanslagen over elk van de twee voorafgaande jaren, met dien verstande dat daarbij op benaderende wijze rekening kan worden gehouden met wijziging in de wettelijke bepalingen betreffende de heffing van de gemeentelijke belastingen alsmede met andere wijzingen die voor de heffing van de gemeentelijke belasting van belang kunnen zijn. Ingeval de belastingplichtige aannemelijk maakt dat het bedrag waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld lager is dan het op de voet van de vorige volzin berekende bedrag, wordt de voorlopige aanslag gesteld op 75 procent van dit lagere bedrag.
Artikel 3.
Voorlopige aanslag
Onderdeel van Uitvoeringsregeling gemeentelijke belastingen Zeewolde 2014