Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 11

Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle

Onderdeel van Treasurystatuut RUD Zuid-Limburg

ln het kader van treasury gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied vanadministratieve organisatie en interne controle: De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd. De administratieve organisatie en interne controle borgen dat. De uitvoering van de treasuryfunctie conform de gestelde regels plaatsvindt; De uitvoering rechtmatig en doelmatig is; De treasuryactiviteiten adequaat kunnen worden uitgevoerd en bijgestuurd; De juistheid, tijdigheid en volledigheid van de informatie verzekerd is. Bevoegdheden zijn schriftelijk vastgelegd. Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden: ledere transactie wordt door minimaal twee functionarissen geautoriseerd; De uitvoering en de controle geschieden door afzonderlijke functionarissen; De uitvoering en de registratie in de financiële administratie geschiedt door afzonderlijke functionarissen. Een transactie wordt onmiddellijk geregistreerd door de functionaris die de transactie heeft afgesloten. Ten aanzien van de treasuryfunctie vindt één maal per jaar controle plaats door een door de directeur aangewezen functionaris. Daarbij worden minimaal de volgende aspecten betrokken: Juistheid, tijdigheid, volledigheid en relevantie van de managementinformatie; Rechtmatigheid van de administratie verwerking; Borging van voldoende functiescheiding; Realisatie van de doelstellingen; Uitvoering van het beleid. De treasurer houdt te allen tijde alle relevante stukken ter beschikking ter verantwoording van zijnwerkzaamheden. De treasurer archiveert alle offertes en de keuzen en overwegingen die tot besluiten in het kader van treasury hebben geleid.

Rechtspraak bij dit artikel