1.. Het kasgeldlimiet wordt volgens de ministeriële regelingen beheerd;

2.. De renterisiconorm wordt niet overschreden conform ministeriële regelingen;

3.. Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie, rentevisie en de liquiditeitenplanning;

4.. De rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie.