**1..** De aangevraagde voorziening wordt noodzakelijk geacht, indien het college heeft vastgesteld dat
- - het treffen van de voorziening, gelet op de voortgang van het onderwijs, geen uitstel kan lijden,
- - de voorziening niet eerder voor opname in het programma als bedoeld in artikel 8 kon worden ingediend,
- - geen van de in de Wet op het primair onderwijs opgenomen weigeringsgronden van toepassing is. Bij deze vaststelling past het college de regels toe met betrekking tot:
- - de beoordelingscriteria als bedoeld in bijlage I;
- - de prognosecriteria als bedoeld in bijlage II;
- - de oppervlakte en indeling van gebouwen als bedoeld in bijlage III.
**2..** Het besluit van het college kan inhouden dat slechts een gedeelte van de gewenste voorziening dan wel een andere dan de gevraagde voorziening als noodzakelijk wordt beschouwd.
**3..** Indien de noodzaak en de spoedeisendheid van de voorziening naar het oordeel van het college zijn aangetoond, kent het college de aanvraag toe en stelt met toepassing van artikel 3 een vergoeding vast.
**4..** Het besluit van het college wordt binnen twee weken aan het bevoegd gezag toegezonden.