Lid 1:
Een eigen bijdrage wordt gevraagd bij de inzet van Huishoudelijke hulp, vervoersvoorzieningen en woonvoorzieningen van niet bouwkundige aard.
Lid 2:
Een eigen aandeel wordt gevraagd bij de inzet van woonvoorzieningen van bouwkundige aard.
Lid 3:
Omvang van de eigen bijdrage is gelijk aan de maximaal verschuldigde eigen bijdrage op grond van artikel 4.1 lid 1 en artikel 4.5 van het Besluit maatschappelijk ondersteuning dat door de Minister is vastgesteld.
Lid 4:
De eigen bijdrage voor Huishoudelijke hulp wordt zowel voor een verstrekking in natura als voor verstrekking in de vorm van een persoonsgebonden budget vastgesteld conform artikel 2.
Lid 5:
Geen eigen bijdrage, als bedoeld in artikel 2, is verschuldigd over de forfaitaire financiële tegemoetkomingen voor:
een (sport)rolstoel;
verhuis- en inrichtingskosten;
gebruik van eigen auto en (rolstoel)taxi.