Geen recht op het persoonlijk minimabudget bestaat, als:
de belanghebbende een opleiding volgt als bedoeld in de WTOS, een
studie volgt als genoemd in de WSF of anderszins door het Rijk
bekostigd onderwijs volgt;
de belanghebbende in de referteperiode een gedraging als bedoeld in
artikel 7, derde of vierde categorie; artikel 8, derde of vierde
categorie; artikel 12; artikel 13 van de afstemmingsverordening, of
artikel 18 , vierde lid, van de wet heeft verricht en daarvoor een
maatregel opgelegd heeft gekregen.
de belanghebbende op grond van schending van de inlichtingenplicht,
hetgeen geleid heeft tot een benadelingsbedrag, een bestuurlijke
boete opgelegd heeft gekregen.
Artikel 3
Geen recht op het persoonlijk minimabudget
Onderdeel van Verordening persoonlijk minimabudget gemeente Overbetuwe 2015