Als op grond van deze verordening recht bestaat op het persoonlijk
minimabudget, wordt het persoonlijk minimabudget verhoogd met:
€ 50,00 per kind, dat op de peildatum basisonderwijs
volgt;
€ 100,00 per kind, dat op de peildatum voortgezet onderwijs
volgt;
€ 100,00 per gezinslid, dat op de peildatum voldoet aan het
bepaalde in het tweede lid;
€ 100,00 voor een alleenstaande, die op de peildatum voldoet
aan het bepaalde in het tweede lid.
Een gezinslid of een alleenstaande komt in aanmerking voor verhoging
van het persoonlijk minimabudget als genoemd in het eerste lid onder
c. en d., als:
de belanghebbende in de referteperiode gebruik heeft gemaakt
van een voorziening die is toegekend op grond van de WMO,
óf
de belanghebbende op de peildatum ten minste 5 jaar
onafgebroken aangewezen is geweest op een uitkering op grond
van de wet, de IOAW of een arbeidsongeschiktheidsuitkering,
omdat belanghebbende wegens medische redenen een ontheffing
van de arbeidsplicht heeft, óf
de belanghebbende op de peildatum de pensioengerechtigde
leeftijd heeft bereikt.
Artikel 7
Verhoging van het persoonlijk minimabudget
Onderdeel van Verordening persoonlijk minimabudget gemeente Overbetuwe 2015