Direct na het incident gaat het er om de veiligheid te herstellen en steun te bieden aan de betrokkene(n). Die verantwoordelijkheid ligt bij de leidinggevende.
De leidinggevende:
zorgt voor herstel van de veiligheid van betrokken medewerker(s);
zorgt dat medewerker(s), zo nodig, worden begeleid naar EHBO, arts of ziekenhuis en in geval van heftige gebeurtenissen ook de traumaopvang start;
voorkomt dat de werkvloer onderbezet raakt bij de verzorging van de betrokkene(n);
regelt dat de medewerker, indien nodig, begeleid wordt bij het doen van aangifte;
ziet erop toe dat huisregels en sanctievoorschriften worden nageleefd;
vraagt de medewerker het registratieformulier in te vullen;
vraagt na afloop aan de betrokkene of hij nog wat kan doen;
vraagt na afloop aan de betrokkene van wie hij/zij nazorg wil ontvangen;
organiseert eventueel overname van taken;
is alert op eventueel besmettingsgevaar (bloed, prik en bijtwonden) en neemt in die gevallen altijd contact op met een arts. Raadpleeg bij een eventueel verdacht contact de GGD (tel.nr. (058) 233 43 34);
gaat na of er nog andere medewerkers zijn die aandacht of ondersteuning nodig hebben (bijvoorbeeld omdat ze getuige zijn geweest van het incident);
zorgt voor een (minimale) technische terugkoppeling van betrokken partijen. Gaat na of ook andere partijen moeten worden geïnformeerd. Voorkomt dat verhalen in de organisatie gaan rondzingen.
Let op: de eerste opvang moet snel tot stand komen. Als de direct leidinggevende niet aanwezig is, wordt een vervangende leidinggevende ingeschakeld. Bij uitzonderlijke situaties van heftige agressie en geweld moet worden opgeschaald. De leidinggevende informeert in een dergelijk geval de directie. Eventueel worden hulpdiensten ingeschakeld.