Op de aanvraag voor een verstrekking van een garantie is de Awb, waaronder voornoemde subsidietitel en afdeling 4.1.1. van de Awb (dat betrekking heeft op de aanvraag), van toepassing.
In artikel 4:2, eerste lid, van de Awb is bepaald dat de aanvraag wordt ondertekend en tenminste de naam en het adres van de aanvrager bevat, de dagtekening en een aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd.
Voorts verschaft de aanvrager, ingevolge het tweede lid van dit artikel, de gegevens en bescheiden die nodig zijn voor de beslissing op de aanvraag en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. Bepaald wordt welke gegevens en bescheiden het college nodig heeft om te beslissen op de garantieaanvraag. De opsomming volgens artikel 3, lid 2, is niet uitputtend, zoals ook blijkt uit artikel 3, derde lid, waarin is bepaald dat het college bevoegd is ook andere gegevens te vragen indien dit noodzakelijk wordt geacht om de aanvraag te kunnen beoordelen. Dit derde lid brengt met zich mee dat het College dus ook bevoegd is minder gegevens en bescheiden te verlangen dan in het tweede lid is bepaald. Zo zal als beleidslijn worden aangehouden dat voor investeringen < € 60.000 maar één offerte van een geldverstrekker met bedoelde verklaring wordt verlangd.