Voorafgaand aan of tijdens het onderzoek moeten twee acties ondernomen worden rond de persoon in kwestie.
Ten eerste wordt de betrokkene schriftelijk op de hoogte gebracht dat er een feitenonderzoek naar zijn gedragingen plaatsvinden. In deze kennisgeving staat:
een omschrijving van het handelen of nalaten dat aanleiding is voor het onderzoek;
de mededeling dat betrokkene en eventuele getuige(n) kunnen worden gehoord;
de mededeling dat de ambtenaar of politiek ambtsdrager zich door een raadsman kan laten bijstaan;
de mededeling dat wanneer andere feiten en omstandigheden bekend worden die van belang kunnen zijn voor de vaststelling van de omvang, aard en ernst van de integriteitsschending, het onderzoek zich kan uitstrekken tot die feiten en omstandigheden.
Het is wel zo fatsoenlijk de betrokkene ook mondeling te informeren. Het bevoegd gezag kan dit doen tegelijkertijd met het overhandigen van de schriftelijke kennisgeving aan de betrokkene. Gaat het om een ambtenaar dan wordt nu ook de direct leidinggevende op de hoogte gebracht van de situatie en het komende onderzoek.
In sommige situaties is het echter beter de persoon in kwestie niet onmiddellijk te informeren over het op handen zijnde onderzoek, bijvoorbeeld als diegene dan mogelijk bewijsmateriaal kan of zal vernietigen. In een dergelijk geval worden eerst zo snel mogelijk maatregelen genomen zodat mogelijk relevant bewijs niet verdwijnt. Deze beschermingsmaatregelen zijn het veiligstellen van dossiers, bestanden, stukken etc..
Dit brengt ons bij de tweede actie, het opleggen van een ordemaatregel.
Wanneer er sprake is van een integriteitsschending waarbij het niet wenselijk is dat de persoon in kwestie zich op de werkplek bevindt of zijn functie uitoefent, of er een reële kans is dat bewijsmateriaal wordt vernietigd kan een ordemaatregel worden opgelegd. Een dergelijk besluit wordt uiteraard alleen genomen na zorgvuldige afweging en voorbereiding, en kan alleen door het bevoegd gezag worden opgelegd. Het vooraf horen van de betrokkene is onderdeel van de afweging, tenzij haast is bij het treffen van de maatregel.
Er zijn twee relevante ordemaatregelen :
a. ontzegging van de toegang tot het dienstgebouw en/of gemeentehuis;
b. schorsing van de betrokkene, van rechtswege of op basis van een besluit.
Een ordemaatregel heeft altijd een tijdelijk karakter met als richtlijn de duur van het feitenonderzoek inclusief de naar aanleiding van de bevindingen uit het onderzoek genomen relevante besluiten.