De onderzoekers kunnen gebruik maken van verschillende onderzoekmethoden. Achtereenvolgens komen aan de orde:
het horen van de betrokkene;
het horen van getuigen;
het onderzoek van de werkomgeving;
de observatie (mag alleen gebruikt worden door externe onderzoekers);
het onderzoek van telecommunicatie;
andere onderzoeksmethoden.
Horen betrokkene
Tijdens het feitenonderzoek kan de betrokkene worden gehoord. Daarbij wordt hij vooraf geïnformeerd over de aard en mogelijke duur van het gesprek. Betrokkene kan zich tijdens het gesprek door een raadsman laten bijstaan. De onderzoekers mogen zich voor, tijdens en na het gesprek niet misleidend uitlaten of gedragen en geen psychische en/of fysieke druk of dwang uitoefenen. De betrokkene moet zijn verklaring vrij kunnen afleggen.
Er zijn geen voorschriften dat de betrokkene verplicht is mee te werken aan het feitenonderzoek door verklaringen af te leggen. Maar voor ambtenaren is wel wettelijk vastgelegd dat zij zich als een goed ambtenaar moeten gedragen. Bovendien heeft de Centrale Raad van Beroep in twee zaken uitgesproken dat een ambtenaar aan wiens integriteit extra hoge eisen mogen worden gesteld openheid van zaken moet geven in een situatie waarin gerechtvaardigde twijfel is gerezen aan zijn integriteit. Doet hij dat niet, dan riskeert hij dat hem plichtsverzuim wordt verweten, hetzij omdat het nalaten om opheldering te verschaffen als zodanig als plichtsverzuim wordt aangemerkt, hetzij omdat de ambtenaar een gerechtvaardigde en ernstige twijfel niet heeft kunnen of willen wegnemen.
Ook van politieke ambtsdragers wordt verwacht dat zij 'naar eer en geweten' hun plichten vervullen. Dit is opgenomen in de eed of verklaring en gelofte die zij afleggen.
Om de onafhankelijkheid van het onderzoek te bevorderen en te zorgen dat de rechter het gesprek als bewijs kan accepteren, is het noodzakelijk de gesprekken te voeren in koppels van twee onderzoekers. De onderzoekers maken een verslag van het gesprek.
Horen getuige(n)
De onderzoekers kunnen getuigen van zowel binnen als buiten de organisatie horen. Getuigen werkzaam als ambtenaar – al of niet binnen de organisatie – zijn verplicht aan het feitenonderzoek mee te werken. Dit vloeit rechtstreeks voort uit hun dienstbetrekking. Wanneer een ambtelijke getuige niet wil meewerken, geldt dat als plichtsverzuim. De medewerking houdt in dat de getuige verplicht is informatie voor het onderzoek te verschaffen en dat deze informatie op waarheid berust. Uit hoofde van hun functie en/of rol kan worden verwacht dat politieke ambtsdragers ook meewerken aan het onderzoek. Hier is overigens geen verplichting aan verbonden, en dus evenmin de mogelijkheid bij weigerachtig gedrag sancties toe te passen.
Ook de getuigen moeten vooraf worden geïnformeerd over de aard en de mogelijke duur van het gesprek. En ook zij mogen zich laten bijstaan door een raadsman.
Getuigen worden zoveel mogelijk individueel gehoord. Over het algemeen is het collectief horen van getuigen geen betrouwbare methode om objectieve informatie te verkrijgen.
De onderzoekers maken een verslag van het gesprek. Omdat duidelijk moet zijn wie
wat heeft verklaard, moeten de verklaringen voorzien zijn van de naam van de getuige,
diens handtekening en de datum. Een anonieme verklaring is slechts toelaatbaar in combinatie met ander, verifieerbaar bewijsmateriaal en wanneer het handhaven van de anonimiteit op zeer zwaarwegende gronden noodzakelijk is.
Onderzoek werkomgeving
Bij een vermoeden dat zich in de werkomgeving informatie bevindt die van belang kan zijn voor het onderzoek, kunnen de onderzoekers die werkomgeving (die valt onder de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag) doorzoeken. Onder de werkomgeving worden onder andere begrepen: dienstruimten, (archief)kasten, bureaus, geautomatiseerde data- en systeembestanden en dienstvoertuigen.
De werkplek wordt zo mogelijk in aanwezigheid van de betrokkene doorzocht. Hij wordt dan ook uitgenodigd om aanwezig te zijn. Wanneer de betrokkene aangeeft niet aanwezig te willen zijn of zonder opgaaf van (gegronde) redenen op het opgegeven tijdstip wegblijft, kunnen de onderzoekers overgaan tot het doorzoeken van de werkomgeving. Het bevoegd gezag dat de onderzoeksopdracht heeft gegeven, neemt de nodige maatregelen om een onredelijke of onbehoorlijke bejegening op de werkplek te voorkomen.
Minimaal twee onderzoekers voeren het onderzoek van de werkomgeving uit. Van de resultaten van het onderzoek van de werkomgeving maken de onderzoekers een rapport van bevindingen op.
Observatie
Om handelingen of gedragingen die hebben geleid tot een vermoeden van een integriteitsschending te bevestigen, kan het noodzakelijk zijn de betrokkene te observeren.
Deze onderzoeksmethode mag alleen uitgevoerd worden door externe onderzoekers, omdat observatie een specifieke deskundigheid vereist en omdat het een grote inbreuk op de persoonlijke levenssfeer met zich meebrengt.
Er zijn twee vormen van observatie:
Dynamische observatie
Dit is het fysiek volgen van personen of goederen. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van een foto- en/of videocamera, op voorwaarde dat de camera wordt ingezet vanaf de openbare weg of in openbaar toegankelijke ruimtes (voor iedereen waarneembaar). Soms moet er ook buiten diensttijd worden geobserveerd, bijvoorbeeld bij een vermoeden van oneigenlijk ziekteverzuim of van onverenigbare nevenactiviteiten. Dit is slechts toegestaan als er sprake is van een zodanig zwaarwegend plichtsverzuim dat de aantasting van de privacy te rechtvaardigen is.
Statische observatie
Dit is observatie met een (verborgen) camera op (een deel van) de werkplek, zoals bij een kassa om te kunnen vastleggen dat de betrokkene niet-legitieme onttrekkingen aan de kas doet.
Aan het gebruik van foto- of videocamera's zijn wel voorwaarden verbonden. Zo moet er een concrete aanwijzing zijn dat er een integriteitsschending heeft plaatsgevonden en er moet sprake zijn van een gerechtvaardigd belang om dit middel in te zetten en daarmee inbreuk te maken op de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene.
Verder is het kenbaarheidsvereiste van toepassing: alle medewerkers binnen de organisatie moeten vooraf geïnformeerd worden over de mogelijke inzet van verborgen camera’s onder bijzondere omstandigheden. Met het verspreiden en publiceren van dit protocol Integriteitsschendingen wordt hieraan voldaan.
Onderzoek telecommunicatie
Als er een vermoeden is van een integriteitsschending waarbij gebruik is gemaakt van
telecommunicatiemiddelen (zoals telefoon, fax, e-mail en internet) kan daar onderzoek naar worden gedaan. Er is dan sprake van oneigenlijk gebruik van die middelen. Ook bij deze onderzoekmethode moet voldaan zijn aan het kenbaarheidsvereiste. De regeling en folder e-mail en internetgebruik voorziet daarin.
Oneigenlijk gebruik e-mail
Afhankelijk van de schending kan op vier manieren het e-mailverkeer van de betrokkene worden onderzocht. Soms moeten meerdere mogelijkheden worden gebruikt. Dit vindt dan volgordelijk plaats.
Het volume (hoeveelheid) van het e-mailverkeer van de persoon in kwestie wordt onderzocht door deze te vergelijken met het gemiddelde volume in vergelijkbare situaties.
De bijlagen (attachments) worden onderzocht. Aan de hand van de soort bijlagen (extensies zoals .exe, .mp3, .jpg) en de omvang ervan wordt bepaald of het onderzoek wordt voortgezet.
De tekst die bij het onderwerp van de mail is ingevoerd wordt onderzocht. Is er aanleiding tot nader onderzoek dan kan worden gescand op afbeeldingen of taal.
De inhoud van e-mailberichten wordt onderzocht. In de regel gebeurt dit pas als er zeer ernstige verdenkingen bestaan en de voorgaande stadia zijn doorlopen.
Oneigenlijk gebruik internet
Een integriteitsschending door oneigenlijk gebruik van internet wordt bepaald door te onderzoeken:
hoe vaak en hoe lang welke websites bezocht zijn;
hoe vaak welke bestanden zijn gedownload (zoals muziek, spelletjes, upgrades);
hoe lang dat heeft geduurd;
welke informatie op sociale media is geplaatst (Hyves, Facebook, twitters etc.).
Oneigenlijk gebruik telefoon en fax
Een onderzoek naar oneigenlijk telefoon- of faxgebruik vindt plaats als het vermoeden bestaat dat betrokkene verantwoordelijk is voor onverklaarbaar hoge telefoonkosten of vertrouwelijke of geheime informatie verstrekt aan derden.
Dit onderzoek richt zich voornamelijk op de geregistreerde gespreks- of faxgegevens. Daaronder wordt begrepen de datum, de tijd, het gekozen nummer, de duur van het gesprek en de daaraan verbonden kosten.
De onderzoekers luisteren geen telefoongesprekken af.
Andere onderzoeksmethoden
Onderzoekers kunnen ook andere onderzoeksmethoden gebruiken, zoals statistisch
onderzoek en handschriftanalyse.
Statistisch onderzoek wordt gebruikt om een relatie te vinden tussen de aanwezigheid
van de betrokkene op een bepaald(e) plaats en tijdstip en de vermeende integriteitsschending, bijvoorbeeld wanneer geld aan de kas is onttrokken, terwijl de betrokkene geen verklaring kan geven voor zijn aanwezigheid. Volgens jurisprudentie is statistisch bewijs alleen – zonder enig ander bewijs – niet voldoende. Statistisch bewijs wordt slechts doorslaggevend geacht, als de uitkomst geen gerede twijfel laat over het ‘daderschap’.
Een handschriftanalyse of -vergelijking wordt ingezet om te achterhalen of de betrokkene een document heeft gemaakt. In juridische procedures wordt in het algemeen aan een handschriftanalyse slechts aanvullende bewijskracht toegekend. In het feitenonderzoek zal een handschriftanalyse als bewijsmiddel slechts dan doorslaggevend zijn als de uitkomst van die analyse geen redelijke twijfel openlaat over de rol van de betrokkene.
Hoofdstuk 2:
Artikel 2.7
Onderzoeksmethoden: bevoegdheden, rechten en plichten
Onderdeel van Protocol integriteitsschendingen