De ambtenaar die zich niet als een goed ambtenaar gedraagt, maakt zich schuldig aan plichtsverzuim. Daarvan is op de eerste plaats sprake als de ambtenaar geschreven regels overtreedt, zoals wet- en regelgeving en andere gepubliceerde regels en beleid.
Van plichtsverzuim kan ook sprake zijn wanneer algemeen aanvaarde normen worden geschonden, ook al zijn deze niet schriftelijk vastgelegd.
Voor de duidelijkheid: niet alleen ‘doen wat verboden is', maar ook het nalaten van een handeling die redelijkerwijs van de ambtenaar verwacht mag worden, kan onder omstandigheden plichtsverzuim inhouden. Een voorbeeld: de ambtenaar die binnen zijn organisatie geen melding maakt van door hem verrichte nevenwerkzaamheden, terwijl duidelijk is dat een verstrengeling van het eigen en het dienstbelang aan de orde is of kan zijn, maakt zich schuldig aan plichtsverzuim.
Voor ambtenaren geldt bovendien dat ook het gedrag buiten werktijden en buiten de plaats waar de functie wordt uitgeoefend van belang kan zijn. Met name als er een relatie is met de publieke functie, gelden voor deze ambtenaren hoge(re) normen, omdat er dan al snel sprake is van een uitstraling op de overheidsorganisatie. Een voorbeeld: de politieagent die zich in privé-tijd schuldig maakt aan geweld of de belastinginspecteur die fraudeert bij zijn persoonlijke belastingaangifte, schaadt zijn ambt en het imago van de overheid in het algemeen.