Zolang het nog niet zeker is of degene over wie een melding van een integriteitsschending is binnen gekomen deze daadwerkelijk heeft gepleegd is er nog geen rol weggelegd voor de direct leidinggevende. Deze wordt tijdens het beoordelen van de melding op validiteit – als hij niet op de hoogte is – dan ook niet geïnformeerd. Dit heeft verschillende redenen. Allereerst speelt de vertrouwelijkheid een belangrijke rol, waarbij geldt dat hoe minder mensen ervan af weten hoe vertrouwelijker iets blijft (zie ook hoofdstuk 1). Daarnaast is het van belang alle schijn van partijdigheid te vermijden. Het is tenslotte mogelijk dat de direct leidinggevende ook betrokken is, hetzij direct hetzij indirect bijv. door mogelijke schendingen te negeren of te vergoelijken. Is de melding niet valide dan wordt de direct leidinggevende op de hoogte gebracht. Deze heeft dan een open gesprek met de betrokken medewerker (zie ook § 1.7).
Is een melding wel valide dan volgt een feitenonderzoek. Over dit onderzoek wordt de direct leidinggevende geïnformeerd. Het is mogelijk dat hij gehoord zal worden als getuige.
Als uit de melding blijkt dat de direct leidinggevende mogelijk betrokken is wordt hij ook geïnformeerd maar dan in de rol van mede-betrokkene (zie § 2.6 e.v.).
Bij afronding van het feitenonderzoek, nadat het bevoegd gezag een besluit heeft genomen over het vervolg, wordt de direct leidinggevende geïnformeerd over het resultaat.
Pas bij het starten van de juridische afhandeling gaat de direct leidinggevende een actieve rol spelen. Hij is aanwezig bij gesprekken (zie § 3.3) en speelt een belangrijke rol als er gekozen wordt voor ambtelijke afdoening in plaats van een disciplinaire maatregel (zie § 3.7). Dit is overigens al jaren gebruikelijk in onze organisatie.