Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Stabilisatie

Onderdeel van Beleidsregels schuldhulpverlening

Geen enkele inwoner van onze gemeente is uitgesloten van schuldhulpverlening. Dit betekent echter niet dat alle onderdelen van de schuldhulpverlening voor iedereen onbeperkt toegankelijk zijn. Niet in alle gevallen is Financiële schuldhulpverlening direct mogelijk of wenselijk. In die gevallen kan de gemeente het instrument “Stabilisatie” inzetten. Stabilisatie is er op gericht dat de burger, ondanks het bestaan van schulden, gebruik kan blijven maken van de elementaire voorzieningen. Stabilisatie is een vangnetvoorziening die (verdere) escalatie van problematiek moet voorkomen. Met de schulden wordt tijdens de Stabilisatie niets gedaan. Schuldeisers kunnen beslag op het inkomen leggen. De beslagvrije voet - het deel van het inkomen waarop de schuldeiser geen beslag mag leggen - vormt de ondergrens waar de schuldenaar van moet leven. Uiteraard moet de beslagvrije voet wel correct zijn vastgesteld. Stabilisatie richt zich op het stabiliseren van het leven van de schuldenaar (huis, gas, elektrisch, water, ziektekostenverzekering, leefgeld), het voorkomen van nieuwe schulden, het bevorderen (of onderhouden) van participatie, beheer van het inkomen (indien noodzakelijk), het treffen van een betalingsregeling (wanneer wenselijk) en doorgeleiding naar schuldregeling (wanneer tijdelijk niet geschikt voor schuldregeling). Door Stabilisatie zijn ook gezinnen met kinderen die (tijdelijk) zijn uitgesloten van een schuldregeling verzekerd van de elementaire voorzieningen. Stabilisatie voldoet aan de volgende uitgangspunten: de beslagvrije voet wordt correct vastgesteld en te allen tijde gerespecteerd; de schuldenaar beschikt over voldoende leefgeld; betaling van de vaste lasten is gegarandeerd; betaling van de ziektekostenverzekering is gegarandeerd; de schuldenaar wordt (indien nodig) begeleid in het benutten van minimaregelingen; de schuldenaar wordt (indien nodig) begeleid in het maximaliseren van het inkomen; de beslagen op het inkomen van de schuldenaar voldoen aan de wettelijke bepalingen en de schuldenaar ontvangt (indien nodig) ondersteuning vanuit het Sociaal Team. In het tweede lid, onder b, wordt gesproken over het feit dat iemand onvoldoende gemotiveerd is voor het doen slagen van een schuldregeling. Het aantonen of iemand voldoende gemotiveerd is, is lastig. Daar gelden geen harde criteria voor. De feiten en omstandigheden verschillen van persoon tot persoon, houding en gedrag spelen hierin een rol. De gemotiveerdheid zou kunnen blijken door: (opnieuw) in vaste lasten beheer te gaan bij de KBNL iemand een periode te geven van bijvoorbeeld drie maanden waarbinnen aangetoond kan worden dat belanghebbende verantwoord met de financiën is omgegaan, in die periode geen nieuwe schulden te hebben gemaakt, gedrag na te laten waardoor nieuwe schulden of betalingsachterstanden ontstaan, de administratie volledig op orde te hebben, zodat bij een nieuwe aanvraag voor een schuldregeling de aanvraag vlot beoordeeld kan worden, geen beroep te doen op voorzieningen waar geen recht op bestaat, hulp te zoeken wanneer men zaken niet zelf kan regelen. De aantoonplicht omtrent de gemotiveerdheid aan te tonen ligt primair bij de belanghebbende.

Rechtspraak bij dit artikel