Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Afdeling 3

Artikel 4.9

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2014

1.. in deze afdeling wordt verstaan onder: a.. boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een diameter van de stam van minimaal 10 centimeter op 1,30 meter boven maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam ; b.. hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen; c.. houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen; d.. bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de Boswet; e.. iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C. Moreau); f.. iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.) en Scolytus multistriatus (Marsh) en Scolytus pygmaeus. g.. monumentale boom: boom die voldoet aan de criteria die door de Bomenstichting gehanteerd worden; h.. boomwaarde: monetaire waarde van een boom berekend volgens de landelijk erkende methode van de verenigde boomtaxateurs; i.. knotten/kandelaren: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen, gekandelaarde bomen of leibomen als periodiek noodzakelijk onderhoud; j.. dunning: velling uitsluitend ter bevordering van de overblijvende houtopstand waarbij de kronen van de overblijvende bomen na 3 jaar weer gesloten moeten zijn en waarbij de beboste oppervlakte gelijk blijft. 2.. In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel