**1..** in deze afdeling wordt verstaan onder:
**a..** boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een diameter van de stam van minimaal 10 centimeter op 1,30 meter boven maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam;
**b..** monumentale boom: boom die voldoet aan de criteria die door de Bomenstichting gehanteerd worden;
**c..** dunning: velling uitsluitend ter bevordering van de overblijvende houtopstand waarbij de kronen van de overblijvende bomen na 3 jaar weer gesloten moeten zijn en waarbij de beboste oppervlakte gelijk blijft
**d..** bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de Boswet
**2..** In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben. Hiervan is in ieder geval sprake als meer dan 50% van de kroonprojectie wordt weggenomen.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 3
Artikel 4.9
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2014