In deze afdeling wordt verstaan onder:
voertuigen: alle voertuigen, aanhangwagens en soortgelijke objecten met uitzondering van:
treinen en trams;
fietsen, bromfietsen;
3 invalidenvoertuigen in de zin van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
kruiwagens, kinderwagens en dergelijke kleine voertuigen, rolstoelen;
parkeren: het laten stilstaan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen.
Hoofdstuk 5 › Afdeling 1
Artikel 5.1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2014