Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 21.

Verstrekking persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening verstrekkingen maatschappelijke ondersteuning 2014

1.. De hoogte van het persoonsgebonden budget wordt afgeleid van de tegenwaarde van de in de betreffende situatie te verstrekken voorziening in natura. 2.. Het persoonsgebonden budget wordt, indien noodzakelijk, aangevuld met een vergoeding voor aanvullende kosten, zoals vastgelegd in het Bvmo. 3.. De wijze van vaststelling en de hoogte van het persoonsgebonden budget worden vastgelegd in het Bvmo. 4.. Bij het treffen van een voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget wordt in de beschikking vastgelegd: Voor welk te bereiken resultaat het persoonsgebonden budget gebruikt moet worden, eventueel aangevuld met een program van eisen waaraan bij de besteding voldaan moet worden; Wat de omvang van het persoonsgebonden budget is en hoe deze omvang tot stand is gekomen; De voorwaarden voor uitbetaling van het persoonsgebonden budget en de wijze van uitbetaling van het persoonsgebonden budget; Wat de duur is van de verstrekking waarvoor het persoonsgebonden budget bedoeld is; en Welke regels gelden ten aanzien van verantwoording van het persoonsgebonden budget. 5.. Als er sprake is van een te betalen eigen bijdrage wordt dit in de beschikking opgenomen.

Rechtspraak bij dit artikel