Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 22.

Gronden voor weigering van een persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening verstrekkingen maatschappelijke ondersteuning 2014

Belanghebbende heeft niet de mogelijkheid om te kiezen voor een persoonsgebonden budget als er overwegende bezwaren zijn als bedoeld in artikel 6 van de wet. Daarvan is in ieder geval sprake als zich een van de volgende situaties voordoet: Er zijn gegronde redenen om aan te nemen dat de voorziening niet voor de gehele afschrijvingstermijn van de voorziening gebruikt zal worden of voor de hele periode een compenserende oplossing is. In het geval dat dit ertoe leidt dat de kosten van het verstrekken van een PGB aanmerkelijk hoger zijn dan van een voorziening in bruikleen (in natura); Belanghebbende heeft zich eerder niet gehouden aan, bij eerdere verstrekking van een persoonsgebonden budget, opgelegde verplichtingen; Belanghebbende zit in een financieel hulpverleningstraject of zou daarvoor in aanmerking kunnen komen; Er zijn gegronde redenen om aan te nemen dat belanghebbende zelf niet in staat is tot een verantwoord beheer en een verantwoorde besteding en er is geen adequate ondersteuning beschikbaar van een organisatie, de echtgenoot, wettelijke vertegenwoordiger, bewindvoerder of mentor.

Rechtspraak bij dit artikel