**1..** De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Indien geen
stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt,
stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke
stemming is aangenomen.
**2..** In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de
besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden tegen het
voorstel of bepaalde delen daarvan te hebben tegengestemd of
zich van stemming te hebben onthouden.
**3..** Indien door een of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de
voorzitter daarvan mededeling.
**4..** In beginsel geschiedt een stemming door handopsteken. De
voorzitter vraagt wie er voor het voorstel is. Daarna vraagt de
voorzitter wie tegen het voorstel is.
**5..** Een lid van de raad kan verzoeken om hoofdelijke stemming.
Indien een hoofdelijke stemming wordt gehouden, wordt bij loting
een volgnummer van de presentielijst aangewezen; bij het daar
genoemde lid begint de hoofdelijke stemming. Indien er over meer
onderwerpen een hoofdelijke stemming wordt gehouden, begint de
stemming steeds bij hetzelfde lid.
**6..** De griffier roept de leden van de raad bij naam op hun stem uit
te brengen. Nadat het overeenkomstig het vorige lid aangewezen
lid zijn stem heeft uitgebracht, geschiedt de oproeping naar de
volgorde van de presentielijst.
**7..** Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid
dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden
verplicht zijn stem uit te brengen.
**8..** De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’
uit te spreken, zonder enige toevoeging.
**9..** Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan
kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid
gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan
kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend
heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist;
in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen
verandering.
**10..** De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede,
met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte
stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen
besluit.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 4
Artikel 25
Algemene bepalingen over stemming
Onderdeel van Reglement van orde van de raad van Alphen aan den Rijn 2014