Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 4

Artikel 25

Algemene bepalingen over stemming

Onderdeel van Reglement van orde van de raad van Alphen aan den Rijn 2014

1.. De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke stemming is aangenomen. 2.. In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden tegen het voorstel of bepaalde delen daarvan te hebben tegengestemd of zich van stemming te hebben onthouden. 3.. Indien door een of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling. 4.. In beginsel geschiedt een stemming door handopsteken. De voorzitter vraagt wie er voor het voorstel is. Daarna vraagt de voorzitter wie tegen het voorstel is. 5.. Een lid van de raad kan verzoeken om hoofdelijke stemming. Indien een hoofdelijke stemming wordt gehouden, wordt bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen; bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming. Indien er over meer onderwerpen een hoofdelijke stemming wordt gehouden, begint de stemming steeds bij hetzelfde lid. 6.. De griffier roept de leden van de raad bij naam op hun stem uit te brengen. Nadat het overeenkomstig het vorige lid aangewezen lid zijn stem heeft uitgebracht, geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst. 7.. Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden verplicht zijn stem uit te brengen. 8.. De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging. 9.. Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering. 10.. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.

Rechtspraak bij dit artikel